Finland is met 338.000 km2 ongeveer negen maal zo groot als Nederland en circa elf maal zo groot als België. Op bepaalde plaatsen heeft Finland een lengte van 1160 km en een breedte van 540 km. Buiten IJsland is Finland één van de noordelijkst gelegen landen ter wereld en ligt tussen de 60ste en 70ste breedtegraad. Voor een groot deel wordt Finland omgeven door water. In het zuidoosten is dat de Golf van Finland, in het zuiden de Baltische Zee en in het westen de Botnische Golf. In het oosten grenst Finland over de totale lengte aan Rusland, in het noorden aan Noorwegen en in het noordwesten aan Zweden.
De gedachte dat Finland een koud land is, is slechts gedeeltelijk waar. Finland heeft een gematigd landklimaat, met zomers die over het algemeen droger, zonniger en warmer zijn dan bij ons, en winters die weliswaar koud zijn, maar door de droge lucht heel goed te verdragen. De winters zijn behalve koud ook donker.
In Lapland valt in oktober de eerste sneeuw, in het zuiden iets later.
In oktober en november valt de meeste neerslag, de Finse zomer van juni tot en met augustus is over het algemeen droog en zonnig. In het zuiden valt gemiddeld 650mm, ongeveer te vergelijken met Nederland. Het zuiden is ongeveer vier maanden bedekt met sneeuw, het noorden ongeveer zeven maanden. Het aantal sneeuwdagen varieert van 100 in het zuiden tot 200 in het noorden.